Dag 7 – maandag 8 juni 2026 Grasmaaier en Cruiseschip
8 juni 2026 - Argostólion, Griekenland
Rakketakketakketak ….en daar worden we net voor de klok van 7 uur gewekt door de Griekse tuinman. We hebben namelijk nogal wat gras om de villa en dat moet onderhouden worden. Het ziet er zo prachtig uit…Hans had al eens geopperd dat het vast kunstgras was, maar kunstgras kun je niet kneuzen.. dus is het wel degelijk echt en dan moet dat dus ook gemaaid worden. Het is een kabaal van jewelste en net als je denkt: yes, bij ons zijn ze klaar, begint het voor af aan. En dat niet één, maar zelfs twee keer. Want wat blijkt: eerst komt de grasmaaier, dan de kantenschaar en tot slot de bladblazer. Het resultaat is een perfect kortgeschoren grasmat, waar ieder topvoetbalteam jaloers op zou zijn. Het zijn ook niet van die ielige grasjes zoals je ze in Nederland vaak ziet, maar robuuste brede stugge ‘bladeren’, voor zover je bij gras van ‘blad’ mag spreken. Van dat gras waarbij ieder onkruidje bij voorbaat al gillend op de loop gaat.
Moet dat dan zo vroeg op de ochtend? Ja dat moet. Je wenst het geen mens toe om iets later op de dag bij volle zon deze arbeid te moeten verrichten. Dus: de volgende keer dat we halverwege de ochtend locals achteloos met een frappè-to-go op zo’n wankel blauwgrijs grieks stoeltje zien zitten, denken wij niet: waar leven ze eigenlijk van? Maar dan weten we dat ze mogelijk al een paar uur grasmaaien erop hebben zitten.
Terwijl we op gang komen, werk ik nog even aan ‘Noorwegen’. Ik leer nog wat over twee mij tt nu toe onbekende fjorden en over staafkerken. En over de langste autotunnel ter wereld. En dan klap ik de laptop dicht en sta weer helemaal in het hier en nu op Kefalonia.
Na de koffie stappen we in de auto voor een uitje naar de hoofdstad Argostóli. Het was in het begin even worstelen met de uitspraak, maar de klemtoon ligt dus op de een na laatste lettergreep. De vorige keer dat we Argostoli aandeden, was tijdens de rit van het vliegveld naar Villa Kalos. We hebben er toen voor gekozen om de veerpont te pakken, om zo de hoefijzervormige baai bij de basis af te snijden (voor een foto: zie de eerste dag van deze Reislogger). Maar vandaar nemen we de weg rond de baai en dat levert mooie vergezichten op.
In Lixouri is het even kronkelen door de hoofdstraat, waar al het doorgaande verkeer doorheen gestuwd wordt. Her en der is het asfalt opengebroken, wat voor vernauwingen zorgt en waar dat niet is, parkeert de Griek gewoon dubbel of neemt de tijd om te laden en te lossen. Wat zal dat hier in hartje hoogseizoen een heksenketel zijn!
Het eerste deel van de rit rijden we op de zgn. Wijnroute, maar het enige wat ik zie zijn olijfbomen, waarvan de wind de zilvergrijze onderkant van hun blaadjes laat zien. Het lijkt één golvende zilveren zee. Al snel buigt de weg af, langs de flanken van de bergen en om de baai heen.
Oriënteren is hier af en toe wel een dingetje. Tussen het schiereiland Paliki, waar wij ‘wonen’ en de hoofdstad Argostoli, ligt een baai die in de Ionische Zee uitkomt. Maar de hoofdstad Argostoli, ligt zelf ook op een mini-schiereilandje en dan is het wel even zoeken: waar zijn we vorige week ook alweer met de ferry vertrokken… was het deze kant of toch de andere kant. Hadden we drs P maar bij ons…
Hoe het ook zij: we rijden niet helemaal het schiereilandje van Argostoli op, maar parkeren de auto aan de overzijde op het ‘hoofddeel’ van Kefalonia, want….: in de 19e eeuw is er een Britse ingenieur zo slim geweest hier een brug te bouwen. Weet je wat, ik maak er wel even een screenshot van:
-nr 1 is waar wij verblijven
-nr 2 is Argostoli
-nr 3 is de route van de ferry
-nr 4 is de brug naar Argostoli
-P is het parkeerterrein
Wij parkeren onder aan de Drapanobrug op het parkeerterrein. Volop plek, in de schaduw en nog gratis ook. Aan beide zijden van de brug, die meer op een dam lijkt, zouden kareta-kareta schildpadden te zien zijn, waterschildpadden die -zoals bijvoorbeeld ook op Zakynthos- eens in de twee jaar hun eieren op het eiland afzetten. De kleine schildpadjes komen ’s nachts uit het ei en kruipen dan, aangetrokken door het licht van de maan en de diepte van de zee, naar het water. De rest van het jaar zwemmen ze in de baai. Volwassen exemplaren kunnen wel 100 kg zwaar worden. We spotten er zowaar een paar vandaag. Maar eigenlijk zijn we er te laat voor, want tot een uur of 10 ’s ochtend heb je de meeste kans er een te zien. Af en toe steekt er eentje zijn kop boven het water uit. De meeste keren ben ik te laat om het te zien, dus ik ga af op ooggetuigen. De Drapanobrug is wel 700 meter lang, en is dus een mooie wandeling. Halverwege vertel ik dat de brug zo’n 15 jaar geleden is ingestort, maar sinds een paar jaar weer helemaal gerestaureerd. Dat had je nou niet moeten zeggen!
In de haven ligt een drijvend kasteel: de Costa Fascinosa. Hoeveel zouden er op zo’n cruiseschip passen? Duizend? Nou dat lijkt me wat overdreven. 300, 400 misschien? Mis. De Costa Fascinosa is met ruim 3700 passagiers (waarvan ruim 1000 bemanningsleden) op weg naar Mykonos, in de Egeísche zee en maakt hier een tussenstop. En al die passagiers, nou ja, het grootste deel dan, is in Argostoli aan wal gegaan. Om de haverklap komen we een groepje van een man of 8 tegen, met in hun midden iemand met een reisleidersbatch om zijn nek. Zal dat een van de 1000 bemanningsleden zijn, die zijn kleine kudde bij elkaar moet houden? Verstandig idee, want ook een cruiseschip heeft een heel vertrek- en aankomstschema en vertraging betekent: hoge extra haven- en kadekosten. Dus moeten alle schaapjes weer op tijd aan boord terug zijn.
Met behulp van het gidsje vinden we belangrijkste bezienswaardigheden in Argostoli. En naast de kerk van de heilige Spiridon, met prachtige fresco’s en een indrukwekkende iconostase, nemen we een heerlijke frappè met icecream op een terras.
De bibliotheek even verderop blijkt net gesloten te zijn. Volgens Leo Platvoet moet die een nogal imposant interieur hebben, maar dicht = dicht. De lunch gebruiken we op het grote vierkante Platia Kampanas en dan zoeken we de auto weer op, want we willen nog even naar de vuurtoren.
De vuurtoren, een bouwwerkje met zuilen, staat een aantal kilometers verderop en is per auto goed te bereiken. De Katavothres daarentegen doen hun eer aan: het zijn zink- of verdwijnputten en ik vermoed dat ze net verdwenen zijn – waarschijnlijk gezonken. We doen er verder geen moeite voor en rijden weer terug naar Villa Kalos, voor een verfrissende duik in het zwembad en lekker luieren in de zon. Ik zie de Costa Fascinosa voorbij varen, op weg naar Mykonos. Die moet dus nog helemaal om de zuidpunt van de Peloponnesos heen.
Ook onze buren zijn terug van hun tripje, dat is goed te horen, zonder er overlast van te hebben. Wat dat betreft is dit complex heel slim aangelegd.
Met een Griekse salade en een toetje van yoghurt met aardbeien en honing is ook de laatste maaltijd van vandaag een feit.
Rest ons niets anders dan heerlijk van de avond te gaan genieten.
Foto’s
1 Reactie
-
Eva:8 juni 2026Prachtig weer!
